Meldcode datalekken

Meldcode datalekken

Op 1 januari 2016 gaat de meldplicht datalekken in. Deze meldplicht houdt in dat organisaties (zowel bedrijven als overheden) onverwijld een melding moeten doen bij de Autoriteit Persoonsgegevens zodra zij een ernstig datalek hebben. En in een aantal gevallen moeten zij het datalek ook melden aan de betrokkenen (de mensen van wie de persoonsgegevens zijn gelekt).

Iedereen heeft recht op eerbiediging en bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en een zorgvuldige omgang met zijn persoonsgegevens. De regels hiervoor zijn vastgelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Hierin staat dat u de persoonsgegevens die u verwerkt moet beveiligen tegen verlies en tegen onrechtmatige verwerking (artikel 13 Wbp). Een datalek moet worden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens als het leidt tot een aanzienlijke kans op ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens, of als het ernstige nadelige gevolgen heeft voor de bescherming van persoonsgegevens (artikel 34a, eerste lid, Wbp). Het datalek moet daarnaast ook worden gemeld aan de betrokkene indien het waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor diens persoonlijke levenssfeer (artikel 34a, tweede lid, Wbp).

Bij de beslissing of u een gebeurtenis die zich heeft voorgedaan moet melden aan de Autoriteit Persoonsgegevens, en eventueel daarnaast ook aan de betrokkene, moet u een aantal afwegingen maken. Het onderstaande schema geeft deze afwegingen weer.

Beveiligingslek >Beveiligingsincident >Datalek >Melden aan de Autoriteit Persoonsgegevens >Melden aan de betrokkene.

Er is alleen sprake van een datalek als zich daadwerkelijk een beveiligingsincident heeft voorgedaan. Bij een beveiligingsincident moet u bijvoorbeeld denken aan het kwijtraken van een USB-stick, de diefstal van een laptop of aan een inbraak door een hacker.

Maar niet ieder beveiligingsincident is ook een datalek. Er is sprake van een datalek als er bij het beveiligingsincident persoonsgegevens verloren zijn gegaan, of als u onrechtmatige verwerking van de persoonsgegevens niet redelijkerwijs kunt uitsluiten.

Als alleen sprake is van een zwakke plek in de beveiliging, spreken we van een beveiligingslek en niet van een datalek. U hoeft dan geen melding te doen aan de Autoriteit Persoonsgegevens.

U hoeft niet ieder datalek te melden aan de Autoriteit Persoonsgegevens. Volgens de wet moet u een melding doen aan de Autoriteit Persoonsgegevens als het datalek leidt tot een aanzienlijke kans op ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens, of als het ernstige nadelige gevolgen heeft voor de bescherming van persoonsgegevens.

Een factor die hierbij een rol speelt is de aard van de gelekte persoonsgegevens. Als er persoonsgegevens van gevoelige aard zijn gelekt, dan is over het algemeen een melding noodzakelijk. Bij persoonsgegevens van gevoelige aard moet u denken aan:
• Bijzondere persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 16 Wbp Het gaat hierbij om persoonsgegevens over iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven, lidmaatschap van een vakvereniging en om strafrechtelijke persoonsgegevens en persoonsgegevens over onrechtmatig of hinderlijk gedrag in verband met een opgelegd verbod naar aanleiding van dat gedrag.
• Gegevens over de financiële of economische situatie van de betrokkene Hieronder vallen bijvoorbeeld gegevens over (problematische) schulden, salaris- en betalingsgegevens.
• (Andere) gegevens die kunnen leiden tot stigmatisering of uitsluiting van de betrokkene Hieronder vallen bijvoorbeeld gegevens over gokverslaving, prestaties op school of werk of relatieproblemen.
• Gebruikersnamen, wachtwoorden en andere inloggegevens De mogelijke gevolgen voor betrokkenen hangen af van de verwerkingen en van de persoonsgegevens waar de inloggegevens toegang toe geven. Bij de afweging moet worden betrokken dat veel mensen wachtwoorden hergebruiken voor verschillende verwerkingen.
• Gegevens die kunnen worden misbruikt voor (identiteits)fraude Het gaat hierbij onder meer om biometrische gegevens, kopieën van identiteitsbewijzen en om het Burgerservicenummer (bsn).

Ook andere factoren, zoals de hoeveelheid gelekte persoonsgegevens per persoon of het aantal betrokkenen van wie er persoonsgegevens zijn gelekt, kunnen aanleiding zijn om het datalek te melden. Maar let op: als de aard van de gelekte gegevens daar aanleiding toe geeft is het mogelijk dat u een datalek moet melden waar de persoonsgegevens van slechts één persoon bij betrokken zijn.

U moet de melding doen zonder onnodige vertraging en zo mogelijk niet later dan 72 uur na de ontdekking van het datalek. Op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens is voor dit doel een webformulier beschikbaar. Via dit webformulier kunt u de melding zo nodig aanvullen of intrekken.

Als u tot de conclusie komt dat u een datalek moet melden aan de Autoriteit Persoonsgegevens, dan betekent dit niet automatisch dat u dit datalek ook moet melden aan de betrokkene. U moet hiervoor een aparte afweging maken.

De wet geeft aan dat u een melding moet doen aan de betrokkene als het datalek waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor diens persoonlijke levenssfeer. Betrokkenen kunnen door het verlies, onrechtmatig gebruik of misbruik in hun belangen worden geschaad. Daarbij moet u bijvoorbeeld denken aan onrechtmatige publicatie, aantasting in eer en goede naam, (identiteits)fraude of discriminatie. Als er persoonsgegevens van gevoelige aard zijn gelekt, dan kunt u er in principe van uit gaan dat u het datalek niet alleen moet melden aan de Autoriteit Persoonsgegevens, maar ook aan de betrokkene.

Uw melding stelt de betrokkene in staat om alert te zijn op de mogelijke gevolgen van het datalek en om zich daar waar mogelijk tegen te wapenen door, bijvoorbeeld, een gelekt wachtwoord te vervangen. De wet schrijft voor dat u de melding onverwijld moet doen. U moet daarbij rekening houden met het feit dat de betrokkene naar aanleiding van uw melding mogelijk maatregelen moet nemen om zich te beschermen tegen de gevolgen van het datalek. Hoe eerder u de betrokkene daarover informeert, hoe eerder deze in actie kan komen.

Als u passende technische beschermingsmaatregelen heeft genomen waardoor de persoonsgegevens die het betreft onbegrijpelijk of ontoegankelijk zijn voor onbevoegden, dan kunt u de melding aan de betrokkene achterwege laten. Bij deze beschermingsmaatregelen moet u bijvoorbeeld denken aan cryptografische bewerkingen zoals encryptie en hashing. U moet per geval bepalen of de maatregelen die u heeft genomen voldoende bescherming bieden om de melding aan de betrokkene achterwege te kunnen laten.

De meldplicht datalekken uit de Wbp is niet van toepassing als de Wbp niet van toepassing is. Dit is bijvoorbeeld het geval als u uitsluitend voor persoonlijke of huishoudelijke doeleinden persoonsgegevens verwerkt.

Als u een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst bent, dan heeft u te maken met twee meldplichten voor datalekken: de meldplicht in de Telecommunicatiewet (Tw) en de meldplicht in de Wbp. Valt een datalek (gedeeltelijk) onder de meldplicht datalekken uit de Tw? Ook dan moet u het datalek melden aan de Autoriteit Persoonsgegevens en mogelijk aan de betrokkene. In de Wbp zijn voorzieningen opgenomen om dubbele meldingen te voorkomen.

Als u een financiële onderneming bent zoals bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft), dan is de verplichting uit de Wbp om datalekken te melden aan de betrokkene niet op u van toepassing. Als u de betrokkenen informeert, doet u dat op grond van uw zorgplicht als financiële onderneming.

Bij overtreding van de meldplicht datalekken uit de Wbp kan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen. Deze bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Dat is per 1 januari 2016 maximaal 820.000 euro.1 Indien de overtreding niet opzettelijk is gepleegd en er geen sprake is van ernstig verwijtbare nalatigheid, dan zal de Autoriteit Persoonsgegevens eerst een bindende aanwijzing opleggen voorafgaand aan eventuele oplegging van een bestuurlijke boete. Bij het opleggen van een bestuurlijke boete houdt de Autoriteit Persoonsgegevens rekening met alle omstandigheden van het geval. Een omstandigheid van het geval kan bestaan uit het feit dat de gegevens waarover het gaat niet door derden zijn ingezien.

Onze producten

Nieuws, cases en referenties

''Ze weten goed een vertrouwensrelatie op te bouwen met een jeugdige en onderhouden korte lijntjes met ouders, de school, eventuele andere hulpverleners en de gemeente als opdrachtgever. Middels het stellen en bijstellen van doelen weten ze kwetsbare jeugdigen te begeleiden richting een toekomst met perspectief!''

Sherief Muktar
Consulent Jeugd CJG Westerkwartier